Wat is een platform?

Bijgewerkt op: 1 jul. 2021

M&I/Partners start een onderzoek naar de markt van Zorgplatformen, het Joep Lange instituut doet een oproep voor een Nationaal Zorgplatform en MedMij reageert dat dit niet nodig is omdat het probleem al is opgelost. Termen als ‘platform' en ‘platformdenken in de zorg’ worden door leveranciers en beleidsmakers steeds vaker gebruikt. Maar wat is een platform eigenlijk? En welke functionaliteit bieden platforms? Hoe werkt een platform en hoe worden platforms nu in de zorg toegepast? Kleven er ook nadelen en gevaren aan platforms?


De achtergrond van de term ‘platform’

Met een platform wordt een constructie bedoeld waarop anderen nuttige toepassingen kunnen ontwikkelen, zoals een ooievaar zijn nest op een ooievaars-platform bouwt. In de ICT werd de term het eerst gebruikt door de hardware industrie en dan vooral voor processoren. Je kent misschien wel de term ‘X86 platform’ die staat voor de Intel microprocessors waarop de eerste personal computers en de eerste versies van Microsoft Windows zijn gebouwd (en voor wie het zich nog herinnert: DOS). Overigens is er nog steeds een Windows 10 versie beschikbaar op het Intel X86 platform. X86 was dus erg succesvol.


Tegenwoordig wordt de term ‘platform’ vooral (ook) voor software platforms gebruikt. Een software platform is op zichzelf ook software, maar dan software die door anderen kan worden gebruikt om nieuwe toepassingen op te ontwikkelen. Een besturingssysteem zoals Windows, Android of IOS is een voorbeeld van een software-platform waarop andere aanbieders toepassingen ontwikkelen. Andere voorbeelden van software platforms zijn database platforms, waarop anderen applicaties ontwikkelen die veel data opslaan en opvragen, of bijvoorbeeld AI-platforms waarop anderen toepassingen van kunstmatige intelligentie ontwikkelen. Zo probeert Apple naar verluid een ‘autonomous driving’ platform te ontwikkelen dat door de auto-industrie kan worden gebruikt om zelfrijdende auto’s te ontwikkelen (en dat ongetwijfeld goed integreert met je iPhone).


Hoe ontwikkel je een succesvol platform?

Het succes van een platform is in hoge mate afhankelijk van hoe makkelijk er andere toepassingen op gebouwd kunnen worden. Windows is uitzonderlijk succesvol als platform juist omdat het de ontwikkeling van softwaretoepassingen (applicaties) door anderen zo gemakkelijk maakte. Een rol die nu voor een belangrijk deel door Apple iOS (en de app store) en Android (en de Google Play store) wordt overgenomen. Een platform en alle toepassingen die op het platform zijn ontwikkeld noem je samen een ecosysteem. Zo spreken we bijvoorbeeld van het Windows-ecosysteem.


De strategie van een platform-aanbieder is er altijd op gericht om zoveel mogelijk andere partijen toepassingen te laten ontwikkelen op het platform of aan te sluiten op het platform. Dat wordt het netwerk-effect van een platform genoemd. Om een snelle groei bij de start van het platform te stimuleren wordt zij aanvankelijk vaak (deels) gratis of via een laagdrempelig pay-for-use model aangeboden. Makers van de eerste toepassingen op het platform krijgen vaak gratis technische en commerciële ondersteuning zodat het ecosysteem al bij de start gevuld is. Succesvolle platforms groeien exponentieel; als het platform eenmaal bereik genoeg heeft, zal het ecosysteem verder groeien waardoor het gebruik van het platform verder toeneemt, et cetera.


Door deze strategie versnellen platforms vaak innovatie, wat hun populariteit verklaart. Tegelijkertijd zijn sommige platforms en hun ecosystemen zo diep verweven met ons dagelijks (bedrijfs)leven (denk weer aan Windows) dat ze moeilijk vervangbaar zijn, zelfs als er inmiddels betere alternatieven beschikbaar zijn. Dat kan innovatie op langere termijn juist weer remmen. Voor een ooievaar is dat waarschijnlijk geen probleem (ooievaars hechten opvallend weinig aan innovatie) maar voor softwareplatforms in de zorg mogelijk wel.


Hoe werken platforms?

Alle software-platforms, ongeacht de generatie, hebben één eigenschap gemeen: ze bieden API’s en/of hulpmiddelen (ontwikkelomgevingen) aan anderen (vaak zelfs concurrenten) om eenvoudig toepassingen te ontwikkelen. Steeds vaker leveren platforms ook een distributiekanaal om door anderen ontwikkelde toepassingen aan de man te brengen, zoals de app store.


API’s zijn de manier waarop softwaresystemen met elkaar communiceren. Als ik een software-applicatie op een platform wil ontwikkelen dan doe ik dat door de API’s van dat platform berichten te sturen en het antwoord te verwerken. Een voorbeeld van zo’n bericht is bijvoorbeeld het verzoek aan het iOS-platform om iets op te slaan of te versturen (waarbij het antwoord vertelt of dat gelukt is) of het verzoek aan een XDS-platform om een document te registreren opdat deze voor anderen vindbaar is. Hoe meer waardevolle API’s een platform biedt, hoe potentieel succesvoller het platform is.


Windows is mede een succesvol platform omdat de Windows-API’s zo uitgebreid zijn en het Windows-ecosysteem zo groot is. Daarnaast biedt Windows zeer uitgebreide hulpmiddelen voor de ontwikkeling van toepassingen. Lange tijd heeft het Windows echter aan een distributiekanaal (een app store) ontbroken.


Verschillende generaties softwareplatforms

De geschiedenis van platforms laat grofweg drie generaties zien:


  • Lokale platforms

Lokale platforms zijn platforms die op één computer of binnen het eigen netwerk van een organisatie worden geplaatst. Een dergelijk platform wordt verkocht aan een persoon of organisatie, die vervolgens zelf verantwoordelijk is voor de installatie en het onderhoud. Voorbeelden zijn, opnieuw, Windows, maar ook databaseplatforms of communicatieplatforms als Cloverleaf die ook vaak in de zorg worden gebruikt.


Het voordeel van een lokaal platform is dat de data niet door de leverancier van het platform wordt verwerkt maar bij de persoon of de afnemende organisatie zelf blijft. Het nadeel van een lokaal platform is echter dat al het onderhoud ook lokaal plaats dient te vinden waardoor de kosten van gebruik vaak hoger worden. In toenemende mate spelen niet alleen kosten maar ook gebrek aan gekwalificeerd personeel een rol.


  • Centrale ‘SaaS’-platforms

SaaS staat voor ‘Software as a Service' en SaaS-platforms worden door de leverancier zelf op grote centrale servers (‘in de cloud’) geïnstalleerd en onderhouden. Een klant van een SaaS platform koopt het recht om de ‘service’ te gebruiken. Het voordeel is natuurlijk dat de klant niet langer zelf verantwoordelijk is voor onderhoud. Een belangrijk nadeel is dat alle data door de aanbieder van het platform wordt verwerkt. Dat brengt privacy risico’s met zich mee.


  • Gedistribueerde platforms

Gedistribueerde platforms zijn een relatief nieuwe technologie en eigenlijk een mix van de vorige twee modellen.


Een gedistribueerd platform bestaat uit ‘nodes’ die onderling communiceren en worden geïnstalleerd bij een deelnemer aan het platform zelf; een persoon of organisatie. De deelnemer is verantwoordelijk voor het onderhoud van de computers waarop de node is geïnstalleerd maar de platformaanbieder onderhoudt de software van de node zelf. Een gedistribueerd platform heeft als voordeel dat de data niet door één centrale autoriteit (de platformaanbieder) wordt verwerkt maar alleen door de deelnemers. Vaak is de data voor de platformaanbieder zelfs niet zichtbaar.


Gedistribueerde platforms zijn er in verschillende smaken. Sommigen zijn voor iedereen toegankelijk (zoals de meeste platforms voor cryptomunten als Bitcoin of het social media platform 'Minds') en sommigen zijn alleen toegankelijk binnen een bedrijfsnetwerk of -keten en kennen uitgebreide toegangscontrole, zoals het supply-chain management platform van Walmart.


Gedistribueerde platforms zijn vaak (maar niet noodzakelijk) gebaseerd op blockchain technologie. Ze zijn met name interessant binnen omgevingen waarin door heel veel verschillende partijen in een keten data wordt gegenereerd die, in hoge mate privacygevoelig en/of bedrijfskritisch zijn. Zoals in de zorg.



Welke functionaliteit bieden platforms?


Uit het voorgaande kun je afleiden dat softwareplatforms oneindig veel verschillende functionaliteiten kunnen bieden, afhankelijk van de creativiteit van de platformaanbieder. Om toch meer grip te krijgen op de meerwaarde van platforms worden vaak categorieën platforms gedefinieerd, waarbij specifieke producten soms in meerdere categorieën vallen. Een mogelijke, niet limitatieve categorisatie is:


1. Technologie platforms


Technologie platforms leveren technische diensten waarvan applicaties gebruik kunnen maken, zoals besturingssystemen (Windows, Linux, Android, iOS) database platforms (Oracle, Amazon S3), AI-platforms (Azure AI, Google AI Platform), IOT-platforms, gaming platforms (Steam), communicatie en API-platforms (Cloverleaf, MuleSoft) en vele anderen. Veel technologieplatforms in de zorg zijn API-platforms, ontwikkeld om de communicatie tussen ICT systemen in de zorg makkelijker te maken en te coördineren zodat zinvolle gegevensuitwisselingen ontstaan. Voorbeelden zijn het eerdergenoemde Cloverleaf (een lokaal platform) en SaaS platforms als Founda, ChipSoft Zorgplatform, eNovation XDS-hub en de Phillips Forcare cloud oplossing. In sommige gevallen kan het EPD als technologie platform voor de opslag van gezondheidsdata worden gezien. OpenEHR is een standaard die het EPD als platform (met open API’s, een ontwikkelomgeving en een ecosysteem van toepassingen) als uitgangspunt heeft. Het Nederlandse code24 baseert haar software op OpenEHR en ook nedap experimenteert met OpenEHR.


2. Marktplaatsen


Deze verbinden vraag met aanbod, zoals Airbnb, Amazon, Bol.com, vliegtickets.nl, Uber en anderen. Veel marktplaatsen hebben daarnaast kenmerken van collaboration platforms omdat na de verbinding tussen vrager en aanbieder samenwerking nodig is. Een marktplaats biedt aanbieders de mogelijkheid om aanbod te ontwikkelen en te etaleren. Het netwerk effect is op een marktplaats duidelijk zichtbaar: hoe meer goed aanbod, hoe meer vragers hoe meer aanbod, et cetera. In Nederland is ZorgDomein het belangrijkste voorbeeld van een marktplaats in de zorg. Om de toegang tot zorg te verbeteren zoekt ZorgDomein het mogelijk zorgaanbod bij de vraag. Ook ZorgDomein heeft veel kenmerken van een collaboration platform.


3. Service platforms


Deze bieden specifieke bedrijfs- of consumentendiensten zoals betalingen (PayPal), client relationship management (Salesforce) of supply chain management (het eerder genoemde Walmart voorbeeld). Een voorbeeld van een Service platform in de zorg is het thuismonitoring platform Luscii. Luscii biedt een ontwikkelomgeving en marktplaats voor thuismeetprogramma’s ontwikkeld door zorgaanbieders (Luscii Specials) en een groeiend ecosysteem dat gebruik maakt van de Luscii API’s.



4. Collaboration platforms


Deze bieden oplossingen voor samenwerking tussen organisaties en personen (mensen, niet machines) verspreid over de wereld, zoals Microsoft Teams en Slack. Microsoft probeert haar teams platform in te zetten binnen het primaire proces van de zorg. Meer dichtbij huis zien we eNovation Point, ZorgDomein en de HINQ zorgnetwerkomgeving als samenwerkingsplatforms. Veel PGO’s kunnen ook als samenwerkingsplatform worden gezien.



5. Content platforms


Vaak een specifieke vorm van marktplaatsen waarbinnen content publishers worden verbonden aan afnemers, zoals bijvoorbeeld YouTube, Wix of Spotify. De nationale terminologieserver van Nictiz is te zien als content platform. Sommige toepassingen voor patiëntinformatie beginnen zich langzaam te ontwikkelen in de richting van een platform door hun content en functionaliteit via API’s beschikbaar te stellen. Hetzelfde geldt voor systemen voor kwaliteitsmanagement en protocolbeheer.



6. Social media platforms


Die kennen we allemaal, de Facebooks en LinkedIns van de wereld. Social media platforms brengen mensen met elkaar in contact en bieden de mogelijkheid om informatie uit te wisselen in tekst, beeld en geluid. Het netwerk effect van social media platforms is ook heel duidelijk: hoe meer mensen gebruik maken van het platform, hoe aantrekkelijker het platform voor anderen wordt. De gebruikers zijn zowel gebruikers van het platform als ontwikkelaars van content (toepassingen) op het platform.

Het bekendste voorbeeld in de zorg is ‘Patients Know Best’ (PKB) dat patiënten onderling verbindt om informatie over zorg en gezondheid te delen. PKB gaat uit van het principe dat de patiënt eigenaar is van de data en dat PKB de data verschaft aan iedereen waarvan de patiënt dat wil. Ten behoeve van dat laatste biedt PKB een groeiende set API’s.


De meeste platforms die nu in de zorg worden ontwikkeld en aangeboden zijn SaaS platforms. Ook van platforms die voorheen als lokaal platform werden aangeboden, zoals de XDS-platforms van Philips Forcare en eNovation, is inmiddels een SaaS variant beschikbaar. Gedistribueerde platforms in de zorg zijn nog een zeldzaamheid maar zijn wel in toenemende mate onderwerp van onderzoek. Een noemenswaardig voorbeeld dat echt in de praktijk wordt gebruikt is het nationale EPD van Estland waarvan de toegangslogging (audit trail) op gedistribueerde blockchain technologie is gebaseerd.


De voor- en nadelen van platforms in de zorg

Platforms zijn het tweesnijdend zwaard van de (zorg-)ICT. De voordelen van een goed platform zijn vaak erg snel zichtbaar; ze stimuleren een golf van exponentiele innovatie. Dat verklaart ook hun populariteit. De nadelen van platforms worden pas op langere termijn zichtbaar. De enorme schaalgrootte van sommige platforms en hun verwevenheid in ons dagelijks (bedrijfs-)leven kunnen op termijn concurrentie en innovatie beperken. Daarnaast verwerken platforms vaak enorme hoeveelheden data hetgeen privacy van grote groepen mensen in gevaar kan brengen en de macht door data van de aanbieder van het platform ongewenst groot maakt.


Het optimaal benutten van de voordelen van platforms en tegelijkertijd de potentiële nadelen beperken is een uitdaging voor de politiek maar ook in toenemende mate voor bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen als uitgangspunt hebben. Een in mijn ogen naïeve oplossing is nationalisatie van platforms: de staat als platformaanbieder. Er is geen goede reden om aan te nemen dat nationale platforms niet dezelfde nadelen kennen als commerciële platforms: concentratie van macht door data en op termijn afname van concurrentie en innovatie. De vraag is daarnaast of nationale platforms wel de voordelen optimaal weten te benutten. Besturen van een land is iets anders dan de ontwikkeling van een ICT-ecosysteem.


Ik verwacht meer van oplossingen op het gebied van privaat publieke samenwerking (PPS) en van moderne varianten van ‘scheiding der machten’ zoals Jamie Susskind voorstelt in ‘Future Politics’. Binnen een PPS kunnen afspraken worden gemaakt om macht te scheiden, bijvoorbeeld door te voorkomen dat één partij macht krijgt over te veel van de bovengenoemde functionele categorieën. Of door gebruik van data voor surveillance (zoals het monitoren van patiënten) te scheiden van gebruik voor beïnvloeding (zoals via social media of content platforms). Zelfregulatie van de industrie en het gebruik van gedistribueerde platforms zijn ook voorbeelden van maatregelen die de potentiële nadelen van platforms kunnen beperken.

Afsluitend

Net als M&I/Partners verwacht ik dat platforms in de zorg de komende jaren een steeds grotere rol zullen gaan spelen. Ik denk echter dat die rol veel breder zal zijn dan alleen die van technologie platform voor het leggen van verbindingen tussen zorginformatiesystemen onderling, met PGO’s en met zorgapplicaties. Daarnaast moet nagedacht worden over hoe de nadelen van platforms kunnen worden beheerst terwijl hun voordelen optimaal worden benut.


366 weergaven