Zullen MedMij PGO’s het patiënten portaal vervangen?

Bijgewerkt op: 1 jul. 2021

In een onlangs verschenen promotiefilmpje van MedMij legt Lucas aan Nadia uit wat het verschil is tussen een PGO en een portaal. Hij wijst Nadia op het belangrijkste ‘unique selling point’ van een MedMij PGO: al je gezondheidsgegevens overzichtelijk op één plek, ongeacht of de bron het ziekenhuis, de apotheek of de huisarts is. Daarnaast, vertelt Lucas, is het ook mogelijk om gegevens met zorgaanbieders te delen. Nadia steekt aan het eind van het filmpje haar duim omhoog, dus zij lijkt een overtuigde bekeerlinge: ze laat het ziekenhuisportaal voor wat het is en stapt over op een zelfgekozen (!) PGO.

Veel mensen lijken net als Lucas en Nadia te geloven dat MedMij PGO’s alleen maar voordelen hebben boven portalen en de laatstgenoemden op termijn dus zullen verdwijnen. Dit soort denkfouten is in het verleden vaak gemaakt. Zo geloofden velen dat de in massa geproduceerde televisie de radio zou vervangen, hetgeen natuurlijk (en wat mij betreft gelukkig) nooit gebeurd is.


De eerste in massa geproduceerde tv, de Sharp TV3-14T uit 1953, heeft de radio niet vervangen

Mensen die dachten dat de televisie de radio zou vervangen werden verblind door één magische eigenschap: het tonen van bewegende beelden uit een andere tijd en plaats. Die unieke innovatie benam het zicht op een essentieel verschil tussen radio en televisie: een radioluisteraar kan zijn ogen blijven gebruiken voor een ander doel. Lucas verblindt Nadia met de magische eigenschappen van het PGO en beneemt het zicht op belangrijke voordelen van het portaal: de directe ingang naar de zorgaanbieder die het portaal aanbiedt.


Naast overeenkomsten tussen televisiekijkers en PGO-gebruikers zijn er ook belangrijke verschillen:

  • Anders dan in het geval van de televisie is het maar de vraag of zorgconsumenten het PGO als magisch gaan ervaren.

  • Zorgaanbieders maken (hoge) kosten voor het aanbieden van een MedMij ‘DienstVerlener ZorgAanbieder’ (DVZA) zonder dat duidelijk is wat de baten voor hen zullen zijn. Televisiekijkers betalen zelf voor hun televisie omdat zij de voordelen zien.

Waarin portalen veel beter zijn dan PGO’s

Een portaal biedt een directe ingang naar de dienstverlening van een specifieke zorgaanbieder. Die dienstverlening gaat veel verder dan alleen het tonen van gezondheidsgegevens.


Het grote voordeel van een portaal is juist dat de zorgaanbieder (en niet de patiënt) het portaal kiest en bepaalt welke functionaliteit op welke manier wordt aangeboden. De zorgaanbieder kan daarom, samen met de leverancier van het portaal, op zoek gaan naar mogelijkheden voor digitale transformatie van haar eigen processen. Belangrijke vragen daarbij zijn bijvoorbeeld:

  • Hoe kan het portaal bijdragen aan een sterke vereenvoudiging van zorgprocessen

  • Hoe kan het portaal helpen eenvoudig repeterend werk te automatiseren

  • Hoe kan het portaal helpen zorgverleners te laten excelleren

  • Hoe kan het portaal waarde toevoegen in de interactie van de zorgaanbieder (en individuele zorgverleners) met de patiënt

Een bijna obsessieve focus op waarde voor de patiënt is voorwaardelijk. Maar wel op zo’n manier dat de meerwaarde voor de zorgaanbieder en zorgverleners de investering in het portaal legitimeert. Goede voorbeelden van toepassingen die door zorgaanbieders zelf zijn ontwikkeld met behulp van portalen zijn:

  • Functionaliteit waarmee arts-gesprekken met een klinische patiënt door familieleden thuis kunnen worden nageluisterd. Dit komt de informatievoorziening aan de opgenomen patiënt ten goede en verminderd vragen van familieleden aan verpleegkundigen

  • Online inchecken bij afspraken. Door verschillende ziekenhuizen zijn varianten van dit concept ontwikkeld. Online inchecken draagt bij aan een beter geïnformeerde patiënt, verwachtingsmanagement rond wachttijden (en crowd management in tijden van Corona) en biedt extra contactmomenten om de patiënt onjuiste of ontbrekende (medische en administratieve) informatie te laten verbeteren.

  • Closed-loop afspraken planning. Het online inplannen (en wijzigen) van afspraken door de patiënt zelf op basis van een door de huisarts klaargezette verwijzing, vermindert de administratieve belasting op poliklinieken en verbetert de ervaring van de patiënt: geen wachtenden voor u en plannen op je eigen moment.

  • Thuis (deels) invullen van preoperatieve screeningsformulieren (en vergelijkbare registraties) vermindert de administratieve last voor zorgverleners en verbetert de ervaring van patiënten.

  • Inzichtelijk maken van (zorgaanbieder specifieke) zorgpaden en de bij iedere stap in het pad benodigde informatie, helpt de patiënt bij de voorbereiding van iedere stap, bij het stellen van de juiste vragen en het maken van de juiste keuzes. Het gesprek in de spreekkamer kan daardoor effectiever verlopen en meer worden afgestemd op de waarden en behoeften van de patiënt.

Dit is slechts een kleine greep van innovaties die zorgaanbieders de laatste jaren met behulp van een portaal hebben doorgevoerd. Het portaal was daarbij een hulpmiddel om het innovatieve vermogen van de zorgaanbieder en haar zorgprofessionals te mobiliseren, en een betere patiëntervaring te combineren met optimalisatie van processen.

Een PGO wordt door de patiënt zelf gekozen. Hoewel dat door Lucas in het promotiefilmpje aan Nadia als groot voordeel wordt uitgelegd, kleeft er ook een belangrijk gevaar aan die keuzevrijheid. Een product dat door een patiënt zelf wordt uitgekozen hoeft niet aan te sluiten bij de dienstverlening van een specifieke zorgaanbieder en kan de zorgaanbieder zelfs belemmeren haar processen te optimaliseren.


Zijn de voordelen van PGO’s wel zo magisch als de televisie?

Zijn de belangrijkste voordelen van PGO’s, zoals Lucas die voorhoudt aan Nadia, nu wel zo magisch dat ze automatisch leiden tot grote gebruiksaantallen? Is overzicht op gezondheidsgegevens de ‘killer feature’ waar de Nederlandse patiënt op zat te wachten?

Belangrijker nog vind ik de vraag of de functionele belofte van het ‘delen van gegevens’ via het PGO wel waargemaakt kan worden. De kans is groot dat zorgverleners er met het PGO weer een nieuwe bron bij hebben waarmee ze rekening moeten houden. Een bron die mogelijk (waarschijnlijk) andere en soms tegenstrijdige waarheden bevat dan de overige interne en externe bronnen. In mijn blog ‘Hoe zou Walmart de medicatieveiligheid verbeteren? (meliushealthinformatics.nl)’ beschrijf ik hoe PGO’s het probleem van informatie-asymmetrie binnen de medicatieoverdracht kunnen vergroten: nog een bron van medicatiegegevens die strijdig kan zijn met de gegevens van de apotheek, de huisarts en het ziekenhuis, zal de medicatieverificatie niet vereenvoudigen. Hoe moet het ‘updaten van de Basis Gegevensset Zorg’ (inclusief medicatiegegevens) door patiënten in het PGO (onderdeel van VIPP5 module 2) door een ziekenhuis worden geïmplementeerd? Hoeveel extra werk gaat dit zorgverleners opleveren? Wanneer ontstaan de eerste fouten door informatie-asymmetrie tussen PGO en EPD?


Wat is nodig om de belofte van PGO’s waar te maken?

In de promotie van MedMij wordt vooral de nadruk gelegd op de meer infrastructurele features van een PGO: het verzamelen en delen van gegevens. Deze zijn belangrijk als fundament voor toekomstige toepassingen, maar ze zijn op zichzelf niet de killer features waar de gemiddelde Lucas en Nadia warm voor zullen lopen. En al helemaal niet de features waar de zorgverlener baad bij zal hebben.

Om een succes te worden dienen innovatieve en transformerende toepassingen te worden ontwikkeld op het fundament van het MedMij afsprakenstelsel. Toepassingen die niet alleen aanlokkelijk zijn voor de patiënt maar die ook de zorgaanbieder helpen bij het verlenen van continue, zinnige, goede en toegankelijke zorg. Dit vraagt veel meer betrokkenheid van zorgaanbieders en zorgverleners: welke knelpunten kunnen met behulp van de MedMij infrastructuur en API’s worden opgelost? Consultancy bureaus kunnen helpen door samen met zorgaanbieders te zoeken naar de kansen die de MedMij infrastructuur biedt bij de digitale transformatie van zorg, zonder nieuwe problemen (zoals toegenomen informatie-asymmetrie) te veroorzaken.

213 Instellingen voor medisch specialistische zorg hebben zich ingeschreven voor VIPP5. Dat betekent dat potentieel 213 grote zorgaanbieders uiterlijk september 2022 API’s aanbieden om een verscheidenheid aan gezondheidsgegevens op te vragen en te gebruiken binnen innovatieve ICT toepassingen. De MedMij marketeers zouden er goed aan doen om hun campagne niet te richten op Nadia en Lucas, maar juist op zorgverleners, zorgaanbieders en entrepreneurs. Laten we verder kijken dan Lucas doet in het promotiefilmpje: de MedMij API’s op bronsystemen bieden potentieel veel meer toepassingen dan louter het creëren van overzicht en het delen van gegevens. De combinatie van PGO en ZNO (ZorgnetWerk Omgeving) van Hinq is een voorbeeld van een toepassing die de potentie heeft zorg te transformeren. Andere slimme toepassingen zullen volgen zodra de focus na VIPP5 verplaatst van louter binnenslepen van subsidiegelden, naar digitale transformatie van zorg.

Tot slot een laatste advies aan MedMij. In plaats van de verschillen tussen PGO en Zorgportaal te onderstrepen, en daarmee concurrerende platformen te vooronderstellen, zou de MedMij organisatie de samenwerking moeten zoeken met leveranciers en aanbieders van portalen: hoe kunnen de beide proposities elkaar versterken? Goede visuele integratie van portalen binnen PGO’s kan daar bij helpen (portaalfunctionaliteit als PGO module). Ook het vanuit het EPD voorschrijven van specifieke PGO’s (die aansluiten op een specifiek zorgproces) aan specifieke patiënten, kan meer winst voor patiënt EN zorgverlener mogelijk maken.



665 weergaven